Op korte parels voor vioolsolo dansen drie dansers. Een van hen is Bach, de baas. Het past precies. Dansers zijn de muziek. De noten op de partituur. Ze kunnen van alles, tillen en rennen, zwaaien met armen en benen, dubbelvouwen en uitrekken. Jammer, de dans gaat uit de maat. Ze is te vrij van karakter, te weerbarstig. Als een telduivel ziet Bach toe op het verloop. Onvermoeibaar begint hij opnieuw en opnieuw, maar hij is onomstotelijk op weg naar de explosieve ondergang van zijn eigen systeem. Naar de heerlijke vrije ruimte van de ontelbare klanken in de natuur. Beter dan Bach. Bach was de urban dj van zijn tijd en je hoeft maar een kleine muzikale truc te gebruiken om muziek van toen en nu naadloos in elkaar over te laten vloeien. Bach brengt oud en nieuw bij elkaar. En je hoeft niet stil te zitten.
Choreografie: Wies Merkx Dans: Steffi Jöris, Annelies Mertens, Sasker Polman, Josephine van Rheenen Muziek: Johann Sebastian Bach, Niccolò Paganini

